zaterdag 20 oktober 2012

Terugblik zomer 2010: opgesloten in eenzaamheid

11 oktober 2012

Opgesloten in eenzaamheid

De dag waar ik weken naar had uitgekeken was eindelijk aangebroken. Ik had mijn kleertjes de avond ervoor al klaargezet: mijn nieuwe jelleba en een gebroken witte hoofddoek. Mijn ogen gesloten, fantaserend over Youssef. In mijn gedachten herbleefde ik alles weer opnieuw. Onze eerste ontmoeting in de boot, zijn lach, zijn prachtige ogen, zucht! Mijn broer belde mijn moeder op om door te geven dat ze er over 1 uurtje zouden zijn. In de tussentijd kleedde ik me snel aan en maakte mezelf lichtjes op. Om stipt 15:00 uur (zelfs de tijdstip is me bijgebleven) hoorde we getoeter buiten. Mijn oom deed de garage open en daar stond hij. Toen ik hem zag staan, stond mijn wereld even stil.

Hij zag er ontzettend goed uit en dat was Yasmin ook niet ontgaan. Ze lachte overdreven veel en ze greep elk moment aan om met Youssef in gesprek te gaan. Ik voelde een lichte steek van jaloezie, maar probeerde het niet te laten merken. Later op de avond zaten mijn broer, Youssef, Yasmin en ik op het dakterras (sta7). Ik probeerde intens te genieten van elk moment dat ik met Youssef had en ook al spendeerde we die momenten niet alleen. Ik was gelukkig. Mijn tante Khadija riep me naar beneden en vroeg of ik haar wilde helpen met het openen van haar koffer. Ik begreep niet goed waarom ze mijn hulp nodig had, ze heeft toch zelf een dochter en bovendien kan iedereen een koffer openen. Uit respect liep ik met haar mee.. Nee ik lieg, niet uit respect, maar meer om te voorkomen dat ze weer zou klagen bij mijn moeder en de rest van de familie. Het leek alsof er gerommeld was aan de code van de koffer. Mijn tante mompelde dat ze even iets zou halen. Ik hoorde deur achter mij dicht vallen en ik hoorde hoe de deur op slot werd gedraaid. In eerste instantie dacht ik dat het een van mijn kleine neefjes waren die een grapje probeerde uit te halen. Aan de andere kant van de deur hoorde ik niemand. Het lukte me niet om de deur open te krijgen. Ik klopte op de deur, riep of er iemand in de buurt was, maar niemand deed open. Het was stil. Na een uur viel alles op zijn plek. Mijn tante had dit met opzet gedaan. Maar waarom? Mijn claustrofobie sloeg toe, ik raakte in paniek. Het leek wel alsof alle muren op me afkwamen. Ik probeerde mezelf gerust te stellen. Er zal wel iemand naar me zoeken.

Rond middernacht hoorde ik mijn tante Khadija aan de andere kant van de deur. Mijn moeder en tante stonden in de deuropening. Ik zag aan mijn moeders gezicht dat ze zich zorgen had gemaakt. 'Gelukkig is je tante naar de slotenmaker geweest om de sleutel te maken, hij was namelijk afgebroken in de sleutelgat'. Ik had uiteindelijk 3 uur in een muf hok gezeten. Toen ik later vroeg waar de rest was, vertelde mijn tante Khadija met glinsterende ogen dat Youssef, mijn broer en Yasmin naar de boulevard waren gegaan. 'Ga maar slapen, je hebt je rust nodig.. Zij zullen waarschijnlijk laat thuis komen', waren haar woorden. Rond 03:00 uur snachts hoorde ik ze met veel gelach thuis komen. Op dat moment voelde ik me zo eenzaam en leeg en dat gevoel wens ik werkelijk niemand toe.. zelfs Yasmin niet. Dit is niet hoe ik mijn laatste week met Youssef had verwacht. Misschien moest ik accepteren dat een man als Youssef nooit op mij zou vallen en had mijn tante Khadija gelijk.

Is dit hoe liefdesverdriet aanvoelt? Er moet liefde aan vooraf zijn geweest wil je uberhaupt spreken over liefdesverdriet. Tussen mij en Youssef was er niks. Misschien was het de eenzaamheid die me parten speelde.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen